Beleid wijkverpleging

Vanaf 2016 gaat CZ de aanspraak wijkverpleging voor eigen verzekerden inkopen. Hierdoor vervalt de werkwijze zoals we die nu kennen. Hieronder leest u hoe we deze werkwijze invullen voor het pgb, intensieve kindzorg, dementie en palliatieve zorg.

Pgb (Persoonsgebonden budget)

Klanten die wijkverpleging nodig hebben, kunnen hiervoor een pgb (persoonsgebonden budget) aanvragen. Hiervoor moeten zij een indicatie van een wijkverpleegkundige meesturen. Op de pagina 'Uw pgb via CZ. Hoe werkt dat?' vindt uw klant alle informatie over het pgb.

Intensieve kindzorg (IKZ)

Intensieve kindzorg is extramurale zorg door (kinder)thuiszorgorganisaties, verpleegkundig kinderdagverblijven (leeftijd 0-5 jaar) en kinderhospices. Deze zorg is bestemd voor verzekerden tot 18 jaar met complexe lichamelijke problematiek of een lichamelijke handicap die behoefte hebben aan permanent toezicht of die 24 uur per dag zorg nodig hebben. Deze zorg bestaat uit één of meer specifieke verpleegkundige handelingen.

Onder welke wet valt deze zorg?

De soort zorg die het kind nodig heeft, bepaalt onder welke wet dit valt. Het kind heeft behoefte aan:

  • Persoonlijke verzorging én verpleegkundige zorg: zowel de persoonlijke verzorging als de verpleging vallen binnen de reguliere afspraken onder de Zvw.
  • Alleen persoonlijke verzorging: de uitvoering valt onder de Jeugdwet en is daarmee de verantwoordelijkheid is van de gemeenten.

Uitzondering: Is het kind ouder dan 5 jaar? En heeft hij of zij een ernstig verstandelijke beperking en blijvend behoefte aan permanent toezicht en 24 uur per dag zorg in de nabijheid? Dan valt de zorg onder de Wlz.

Bepalen zorgbehoefte

Het bepalen van de zorgbehoefte verschilt per zorginstantie:

  • Verpleegkundige kinderdagverblijven en kinderhospices: hiervoor hanteren we een gestandaardiseerde indicatiemethode.
  • Kinderthuiszorg: het indiceren en organiseren van zorg wordt gedaan door een kinderverpleegkundige niveau 5 of een verpleegkundig specialist. De uitvoering kan ook gedaan worden door een kinderverpleegkundige niveau 4. Lees ook het rapport Samen op weg naar gezonde zorg voor ernstig zieke kinderen, 2015

Extra regeling declareren voor kinderdagverblijven en hospices

Medische kinderdagverblijven en kinderhospices die zijn benoemd door VWS mogen ook begeleiding en verblijf declareren conform de daarvoor geldende declaratieregels. Met nieuwe zorgaanbieders en zorgaanbieders die in 2015 geen IKZ hebben geleverd conform deze regeling, maken we voor 2016 geen afspraken voor de regeling Intensieve Kindzorg.

Dementie

In de komende 3 jaar besteden we extra aandacht aan dementie. Het dementieprogramma richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van zorg, het toegankelijk houden van de zorg en het beheersbaar houden van de kosten. Dit doen we door onze expertise en ervaring en die van onze partners te combineren tot innovatieve concepten en met (selectieve) zorginkoop op basis van kwaliteit en efficiëntie.

Dementie en wijkverpleging

In het eerste stadium dat de verzekerde of zijn mantelzorger een (zorg)vraag hebben, wordt de zorg veelal uitgevoerd door een generalist zoals bijvoorbeeld een Wmo-consulent, POH'er, ouderenconsulent of wijkverpleegkundige. Als de zorgvraag en de zorgorganisatie complexer worden, kan de zorg opgeschaald worden naar een specialist. De zorg wordt dan overgenomen door een casemanager dementie niveau 5 met een erkende opleiding voor casemanagement. Dit hoeft niet per se iemand met HBO-V te zijn.

Hoe wordt casemanagement ingezet?

Het casemanagement kan worden ingezet na een doorverwijzing van de huisarts, wijkverpleegkundige S1 of na een rechtstreeks signaal. Er is dan wel een indicatie nodig, omdat dit volgens de Zvw valt in segment 2. Wie de indicatie af mag geven, hangt af van de zorg die er nodig is:

  • Er is casemanagement én verpleegkundige zorg nodig: een HBO-V verpleegkundige stelt de indicatie en is meestal ook de casemanager.
  • Er is alleen casemanagement nodig: de indicatie kan worden gesteld door een casemanager die een andere HBO-opleiding heeft gevolgd, bijvoorbeeld SPH. De afspraken worden vastgelegd in het zorgplan, dat kan variëren van een eenvoudige afspraak (‘vinger-aan-de-pols begeleiding’) tot een volledig uitgewerkt zorgplan met verschillende zorgmomenten en prestaties.

Contracten casemanagement dementie

Met nieuwe zorgaanbieders en zorgaanbieders die in 2015 niet gecontracteerd zijn voor casemanagement dementie maken we ook geen afspraken voor casemanagement dementie in 2016. Casemanagement dementie kopen wij daarnaast alleen in bij zorgaanbieders die zijn aangesloten bij de regionaal georganiseerde dementieketens.

Palliatieve zorg (PTZ)

De palliatieve fase loopt vanaf het moment dat duidelijk wordt dat genezing niet (meer) mogelijk is tot aan het moment van overlijden. Tot de stervensfase is palliatie gericht op het streven naar een zo goed mogelijke kwaliteit van leven. In de stervensfase verschuift de focus naar het streven naar een zo goed mogelijke kwaliteit van sterven. Er zijn geen scherpe criteria die de start van de stervensfase aangeven. In de praktijk betreft het de laatste dagen voor het overlijden, waarin duidelijk is dat het stervensproces onomkeerbaar is. De vaststelling van de stervensfase gebeurt vooral op basis van goede observatie en klinische ervaring en gebeurt altijd in overleg met de (huis)arts.

Voorwaarden voor extramuraal palliatief terminale thuiszorg

Voor het leveren van extramuraal palliatief terminale thuiszorg gelden aanvullende voorwaarden:

  • Zorgaanbieders hebben aantoonbaar ervaring met de levering van PTZ en leveren regelmatig zorg aan verzekerden in de laatste fase van hun leven.
  • Zorgaanbieders zijn aangesloten bij de regionale PTZ-keten en werken volgens het zorgpad stervensfase en/of de Zorgmodule Palliatieve Zorg 1.0. Zij maken gebruik maken van de PaTz-methode (PaTz zorgt voor een goede basis voor de samenwerking tussen huisartsen en wijkverpleegkundigen/thuiszorg waardoor de kwaliteit in de palliatieve thuiszorg toeneemt) en/of volgens de LESA richtlijnen (Landelijke Eerstelijnssamenwerkingsafspraak).
  • De zorgaanbieder werkt aantoonbaar samen met het regionale team of maakt gebruik van subregionale consultatievoorzieningen (TOPZ: Team Ondersteuning Palliatieve Zorg).
  • De zorgaanbieder maakt in het zorgplan naast de fysieke, psychische en sociale aspecten tevens zichtbaar dat hij de verzekerde de gewenste geestelijke/spirituele zorg aanbiedt en dat hij ook de naasten van de verzekerde begeleiding en nazorg biedt.
  • De zorgaanbieder draagt 24 uur per dag, 7 dagen per week zorg voor de beschikbaarheid van verpleegkundigen met deskundigheidsniveau 4 of 5, die bevoegd en bekwaam zijn om palliatieve zorg te kunnen bieden (zoals beschreven in de competentiebeschrijving voor verpleegkundigen Palliatieve Zorg V&VN). Daarbij is een verpleegkundige met minimaal niveau 4 ook de Eerst Verantwoordelijke Verpleegkundige voor de verzekerde.
  • De zorgaanbieder zorgt ervoor dat medewerkers zich aantoonbaar scholen gericht op palliatieve zorg.
  • De zorgaanbieder beschikt over een aandachtsfunctionaris voor palliatieve zorg die direct betrokken is bij het primaire proces.