Zowel werkgevers als werknemers vinden dat werknemers primair verantwoordelijk zijn voor hun eigen vitaliteit. Een grote meerderheid van bijna 75% vindt wel dat een werkgever de werknemer mag attenderen op zijn (gebrek aan) vitaliteit. Opvallend is dat 8% dit zelfs een reden voor ontslag vindt.
Dit blijkt uit de CZ Vitaliteitspeiling die onderzoeksbureau Intomart Gfk in opdracht van zorgverzekeraar CZ dit jaar voor het eerst heeft gehouden. Zorgverzekeraar CZ nam het initiatief voor dit onderzoek naar vitaliteit op de werkvloer om een beter beeld te krijgen van de behoeften van werkgevers en werknemers op dit gebied om zo haar diensten aan bedrijven te verbeteren. Uit het onderzoek blijkt onder meer ook dat 83% van de werknemers een actieve rol van de werkgever wenst op het gebied van vitaliteit. Die rol bestaat dan vooral uit het faciliteren van initiatieven die de vitaliteit bevorderen. Hierbij worden goede werkplekken, flexibele werktijden en een fietsenplan het vaakst genoemd. Erg opvallend is dat er bij werknemers ook een grote behoefte (34%) bestaat aan een jaarlijkse health check, terwijl die behoefte bij de werkgevers veel minder is (22%).
De roep om een actieve rol van de werkgever op het gebied van vitaliteit blijkt niet ongegrond. Want ondanks dat een overgrote meerderheid van de werkgevers (82%) het belang van vitaliteit op de werkvloer zegt in te zien, maakt slechts 14% hier daadwerkelijk budget voor vrij. Vitaliteit speelt bij 40% van de werkgevers incidenteel een rol in de bedrijfsvoering, bij slechts 28% is het structureel ingebed in de organisatie. Des te opvallender is dat werkgevers (significant) meer tevreden zijn over de mate waarop hun bedrijf actief is op het gebied van vitaliteit dan de werknemers.
Werknemers geven aan dat het stimuleren van vitaliteit op de werkvloer een positieve invloed heeft op hun prestaties en verzuim vermindert. Daarom vindt een meerderheid van de werknemers dat werkgevers die een actief vitaliteitsbeleid voeren, hiervoor beloond zouden moeten worden.
Voornaamste redenen die werkgevers noemen om een actief vitaliteitsbeleid te voeren: het stimuleert een positieve werkhouding van de werknemers en zorgt voor een reductie van het ziekteverzuim. Werkgevers die weinig tot niets doen aan vitaliteit op de werkvloer geven hiervoor als belangrijkste redenen dat ze vinden dat de werknemer zelf verantwoordelijk is voor (zijn) vitaliteit, er geen budget voor is of dat men verwacht dat het niets oplevert.
Werkgevers en werknemers associëren vitaliteit op de werkvloer vooral met goede werkomstandigheden (werkplek, frisse lucht, pauzes, gezonde lunch, etc.), de mogelijkheid om jezelf te kunnen ontwikkelen, voldoening en plezier halen uit het werk en voldoende energie hebben om het werk te kunnen doen.
De Vitaliteitspeiling is gehouden onder 909 respondenten (zowel werkgevers als werknemers) in de periode van 24 februari t/m 4 maart 2010.