Inrichtingseisen rolstoelvervoer

De rolstoelen die u vervoert, moeten aan de volgende veiligheidseisen voldoen (Code VVR):

  • een rolstoel moet de standaardmaatvoering hebben (ISO 7176/5);
  • een rolstoel mag niet afwijken van de standaarduitvoering. Er mogen geen aanpassingen zijn gemaakt, het rij- en zitgedeelte mogen niet apart zijn uitgevoerd en de frameopbouw moet genoeg mogelijkheden bieden om de rolstoel en de inzittende vast te zetten. Elektrische scooters (scootmobielen), sportrolstoelen en rolstoelen die niet veilig vastgezet kunnen worden, moet u als bagage vervoeren. Ook deze bagage moet u goed vastzetten;
  • een rolstoel die met de meest gangbare Rolstoel Inzittenden Beveiligingssystemen (RIBSen) kan worden vastgezet, kunt u als veilig beschouwen;
  • een rolstoel die voldoet aan de ISO-norm 7176-19 kunt u als veilig te vervoeren rolstoel beschouwen. De rolstoel is dan in een dynamische botsproef getest met een dummy van 75 kg bij een snelheid van 50 km per uur en een vertraging van 20g.

Vraag bij de ritaanname naar het type rolstoel dat u moet vervoeren. En zorg ervoor dat u de middelen heeft om gangbare rolstoelen te kunnen vervoeren. U mag alleen vastzetbare en veilig vervoerbare rolstoelen met inzittenden vervoeren. Niet veilig vervoerbare rolstoelen mag u alleen als vastgezette bagage vervoeren. De inzittende neemt dan plaats op een autostoel met goedgekeurde veiligheidsgordel.

U zorgt ervoor dat rolstoelinzittenden die u in uw auto of taxibus vervoert, weten dat:

  • ze over een rolstoel moeten beschikken die veilig vervoerbaar is;
  • de bestuurder de opdracht heeft het vervoer te weigeren van rolstoelpassagiers in een niet (veilig) vervoerbare rolstoel;
  • ze van een niet (veilig) vervoerbare rolstoel gebruik kunnen maken als ze in het bezit zijn van een schriftelijke uitzonderingsverklaring VVR.

De bestuurder moet op te hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen en de richtlijnen op het gebied van veilig vervoer van rolstoelinzittenden. Hij of zij moet kunnen vaststellen of de rolstoel én de inzittende veilig vervoerd kunnen worden. Ook moet hij of zij de rolstoelinzittende juiste informatie kunnen geven over de richtlijnen.

Als het mogelijk is, moet de rolstoelinzittende in een vaste autostoel vervoeren, de veiligste vervoersmethode. Verzekerden met een inklapbare rolstoel moet u dan ook per taxi en niet per rolstoelbus vervoeren, tenzij de verzekerde om medische redenen een rolstoelvervoersmachtiging heeft.

U moet de verzekerde en de rolstoel zorgvuldig vastzetten volgens de handelingen in de handleiding uit de Code VVR, hoofdstuk 6 Chauffeurs.

Zo mogelijk vermijdt u lichamelijk contact met de verzekerde. U behandelt de verzekerde met respect en zorg.

Uw rijgedrag is anticiperend volgens de regels van Het nieuwe Rijden. U vermijdt zoveel mogelijk verkeersdrempels en hobbelige wegen.

Veiligheid gaat voor alles! Als u de rolstoel met inzittende niet veilig kunt vastzetten en de passagier kan niet in een vaste stoel plaatsnemen, dan kunt u de verzekerde niet vervoeren. U neemt dan contact op met de taxivervoerder en bespreekt de situatie en mogelijke andere opties in overleg met de verzekerde en/of diens begeleider.