Verbandhulpmiddelen

Beleid verbandhulpmiddelen in het kader van 'Het Roer Gaat Om' (HRGO)

Door HRGO kunnen apothekers niet voldoen aan de contractvoorwaarden van de overeenkomst Verbandmiddelen. De contracten waren vastgesteld voordat HRGO bekend werd.

De afspraak volgens HRGO voor de verbandmiddelen luidt:
Geen formulieren meer bij het voorschrijven van verbandmiddelen bij langdurige wondzorg.

Sinds 1 januari 2016 kunnen huisartsen verbandmiddelen voor langdurige wondzorg voorschrijven zonder een aanvullend formulier. Het recept volstaat. De indicatie vormt een onderdeel van de reguliere dossiervoering van de huisarts in het Huisartsen Informatie Systeem (HIS). Wel voorziet de zorgaanbieder het recept van een indicatiecode. Het korte lijstje indicatiecodes is opgesteld door huisartsen en verzekeraars. Dit betekent dat het recept – naast patiënt- en huisartsgegevens – de volgende elementen bevat: het af te leveren middel (zo generiek mogelijk), de hoeveelheid (waaruit de geschatte behandelduur blijkt) en de indicatiecode. De code voor complexe verbandmiddelen is: B4 Stoornissen in de huid (voor verbandmiddelen, bij complexe wondzorg).

Wij volgen deze afspraken met betrekking tot de verbandmiddelen en dit zijn dus ook de gegevens die door apothekers vastgelegd moeten worden in het zorgplan.

Let wel op: dit geldt alleen voor voorschriften van huisartsen. Voor de overige voorschrijvers blijven de voorwaarden uit het contract van toepassing.

Beleid en procedure van de beoordeling verbandhulpmiddelen VB en CO

Iedere maand ontvangt CZ een document waarin alle producten zijn opgenomen die de betreffende maand in de Z-index geplaatst zijn. CZ beoordeelt deze producten op een aantal criteria. Een product komt alleen voor vergoeding in aanmerking als aan de criteria wordt voldaan. Aangezien de Z-index geen producten beoordeelt en alle aangemelde producten standaard de vergoedingsstatus (H) meegeeft, kan het zijn dat een product toch niet vergoed wordt.

Lijst van producten

Op deze site is een actuele lijst gepubliceerd. Daarop worden de producten aangegeven die niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat ze niet voldoen aan de gestelde criteria. Het is de verantwoordelijkheid van de fabrikant/leverancier om bij introductie op de Z-index te voldoen aan de gestelde eisen.

Kan een verkregen status gewijzigd worden?

Het kan voorkomen dat er in een later stadium alsnog wordt voldaan aan de gestelde eisen. De fabrikant of leverancier kan dit melden via fpa.verbandhulpmiddelen@cz.nl. Er wordt eenmaal per maand naar aanleiding van de melding getoetst. Indien er wordt voldaan aan de gestelde eisen, wordt het product in de eerstvolgende maand van de lijst verwijderd (mutaties aangeleverd voor de 20ste van elke maand, zullen de daaropvolgende maand zo nodig aangepast zijn). Over het resultaat van de toetsing kan niet worden gecorrespondeerd.

Vergoeding kan pas plaatsvinden als het product van de lijst is verwijderd. 

Algemene eisen

  • De omschrijving van het product dient zodanig te zijn dat algemeen gebruikelijke hulpmiddelen niet instromen (zelfzorg). 
  • Producten die alleen in klinische setting relevant zijn, worden uitgesloten van vergoeding als verbandmateriaal (hulpmiddel).

Transparantie over inzet, eigenschappen en gebruik materiaal

  • Op een openbare website van de leverancier en/of fabrikant dient het middel, het aantal producten in een verpakking, en de materialen die verwerkt zijn in het middel beschikbaar te zijn. 
  • Het product dient te worden ingezet in het domein van "hard-to-heal" wonden. 
  • Er dient te worden aangegeven wat de primaire functie is van het product. 
  • Er dient te worden aangegeven in welke wondfase, conform het WCS-model, het middel toegepast kan worden met de bijbehorende verbandwisselfrequentie. 
  • De prijs van het product dient te zijn weergegeven (AIP).

Opmerkingen

  • Tot 2015 beoordeelde de projectgroep nieuwe producten op basis van de vier eigenschappen van verbandhulpmiddelen: reiniging, vochtabsorptie, afdekking en fixatie. 

  • Door de functionele beschrijving zijn deze eigenschappen niet meer expliciet in de wetgeving benoemd, maar vormen onveranderd wel toetsbare eigenschappen van verbandhulpmiddelen.