Duidelijkheid voor wensmoeders

Afgelopen weken is er een maatschappelijke discussie ontstaan over de vraag of bepaalde vruchtbaarheidsbehandelingen vergoed zouden moeten worden uit de basisverzekering. Het gaat dan om behandelingen, zoals kunstmatige inseminatie (KID) voor lesbische en alleenstaande vrouwen, zonder dat er sprake is van verminderde vruchtbaarheid.

CZ heeft op 11 maart j.l. besloten om tot 1 januari 2020 coulant met deze vergoedingen om te gaan.

In antwoord op Kamervragen heeft Minister Bruins de grens van het verzekerde pakket aangegeven. CZ is als zorgverzekeraar verplicht om de uitleg van de minister te volgen. De uitleg wijkt niet af van de manier waarop CZ deze de afgelopen jaren heeft geïnterpreteerd.

Medische indicatie

De discussie gaat over het verschil van inzicht tussen de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), als vertegenwoordiger van de behandelaars en het Zorginstituut Nederland, als het adviesorgaan van de minister, of het ontbreken van een mannelijke partner een ‘medische noodzaak’ is. De behandelend artsen hebben de afgelopen jaren dit wel als medische noodzaak uitgelegd.

Ongerustheid en onzekerheid

Wij begrijpen dat lesbische en alleenstaande wensmoeders op basis van de door de zorgverlener ontvangen informatie een keuze hebben gemaakt voor een vruchtbaarheidsbehandeling. Met de juiste informatie zou wellicht een andere keuze zijn gemaakt. Wij snappen dat voor deze wensmoeders de antwoorden van de minister tot veel ongerustheid en onzekerheid heeft geleid.

Om deze reden heeft CZ op 11 maart besloten om, in afwachting van politieke besluitvorming, coulant met deze vergoedingen om te gaan. Dat betekent dat reeds gestarte trajecten of trajecten die starten voor 1 juli 2019 kunnen worden voortgezet tot uiterlijk 1 januari 2020. Ook indien blijkt dat deze niet voldoen aan de voorwaarde dat er sprake is van een medische noodzaak.

Update 13 maart

Minister Bruins heeft zich inmiddels ook uitgesproken over dit onderwerp. Op basis van zijn bericht heeft CZ besloten gedurende geheel 2019 behandelingen te blijven vergoeden, ook indien deze na 1 juli 2019 starten.